Identiteit

Waar staan wij voor?

  • Spieringshoek is een katholieke school die duidelijk voor haar identiteit uitkomt. Tegelijkertijd staat de school ook open voor leerlingen met een andere levensovertuiging. Van hen wordt wel verwacht dat ze de praktische uitwerking van de identiteit onderschrijven.
  • De school geeft op een moderne en kwalitatief goede manier onderwijs op havo-, atheneum- en gymnasiumniveau.
  • Ons adagium ‘Spieringshoek, een school waar je gezien wordt!'

Spieringshoek herkent zich in het ruim tweeduizend jaar oude, Bijbelse verhaal, waarin Jezus Christus de ontwikkelingsmogelijkheden van ieder mens vergelijkt met een hoeveelheid geld (talenten). Dat geld kun je veilig in de grond stoppen, maar je kunt het ook aanwenden om er heel veel goede dingen mee te doen.

Onze leerlingen zijn jonge mensen die zich volop ontwikkelen en uitgroeien. Wij willen hen helpen en stimuleren om al die waardevolle talenten die zij hebben, te gebruiken opdat zij plezierige, zelfstandige en evenwichtige mensen worden die ook waardevol voor anderen kunnen zijn. Elk jaar werken wij vanuit een motto.
In 2017-2018 is het motto: "Van vinken naar vonken".

Spieringshoek wil een school zijn met optimale aandacht en zorg voor elkaar. Dat willen we bereiken door:

  • kwalitatief goed onderwijs te geven;
  • de leerling het gevoel te geven dat ze gezien en gekend wordt;
  • ervoor te zorgen dat de leerling het maximale uit zichzelf kan halen;
  • ervoor te zorgen dat de leerling zich kan ontwikkelen tot een waardevol lid van de maatschappij.

 

St. Liduina

Liedewij, de maagd van Schiedam

Onze school is van oorsprong rooms-katholiek. Vroeger heette Sg Spieringshoek anders, namelijk Liduinalyceum. Officieel valt Sg Spieringshoek onder de Stichting voor katholiek onderwijs Sint Liduina. Wie was Liduina nu eigenlijk?

Liduina van Schiedam, ook wel Sint-Liduina, Lidwina of Liedewij genoemd, (Schiedam, 18 maart 1380 – Schiedam, 14 april 1433) is een rooms-katholieke heilige. Zij is patrones van de chronisch zieken en de bekendste Nederlandse heilige.

Status als heilige

Vanaf Vaticanum II (een rooms-katholiek concilie dat van 1962 tot 1965 duurde) geldt als haar feestdag 14 juni, tot aan Vaticanum II was dit 14 april. Op 14 maart 1890 werd door paus Leo XIII een decreet uitgevaardigd waarin de "verering, welke sedert onheuglijke tijden gebracht wordt aan de Dienaresse Gods, Liduina, Maagd van Schiedam, zalig en heilig genoemd", werd bekrachtigd. Deze pauselijke bepaling impliceert dat Liduina in kerkrechterlijke zin slechts de titel en de voorrechten van een "gelukzalige" geniet, maar desalniettemin vereerd mag worden als ware zij een heilige.

Heiligenleven

Liduina werd geboren op Palmzondag en groeide op in een gezin met acht broers. Op twaalfjarige leeftijd werd ze ten huwelijk gevraagd, maar ze wees dit aanbod resoluut af omdat ze haar leven aan God wilde wijden. Op vijftienjarige leeftijd ging ze samen met vriendinnen schaatsen op de dichtgevroren Maas. Ze viel en brak daarbij een rib, waarna ze koudvuur opliep. Ze bleef hierdoor de rest van haar leven verlamd en aan bed gekluisterd. Toen ze een paar jaar later weer eens opstandig was over haar lijden, beval haar biechtvader, Jan Pot, haar aan de passie van Jezus te overwegen. Toen dat geen troost opleverde, zag ze ervan af. Nadat haar geestelijk leidsman haar aanmoedigde, probeerde ze het opnieuw, en deze keer kreeg ze daardoor zoveel voldoening, dat ze haar ziekte nog niet wilde ruilen voor een Wees-gegroet.
Door deze houding maakte ze grote indruk op de vele bezoekers die zij kreeg en vooral op chronisch zieken voor wie zij een grote troost was. Velen kwamen opgemonterd bij haar vandaan. Haar lijden uitte zich in stigmata (de wondtekens die Jezus droeg als gevolg van zijn kruisiging) en zij was een voorbeeld van heldhaftig lijden en de liefde van God tot de mensen.

Liduina beleefde visioenen en waarin zij samen met haar engelbewaarder Rome, het Heilig Land, hemel, hel en vagevuur bezocht. Tijdens één van haar reizen naar het paradijs zag zij een rozenstruik. Haar engelbewaarder gaf haar hiervan een tak en vertelde haar , dat ze niet zou sterven voordat alle rozen ontloken waren. Pas na achtendertig jaar lijden, kwam er een eind aan haar leven. Ze zag in haar visioenen een bloeiende rozenstruik en stierf.

Op 17 april 1433 werd Liduina op het kerkhof van de Sint-Janskerk in Schiedam begraven. De kist werd niet in de aarde gezet en ook niet met aarde bedekt. De kist stond op balken die dwars over de bodem van het graf lagen. Liduina had uitdrukkelijk verzocht haar stoffelijk overschot niet met aarde in contact te brengen, omdat zij zelf lange tijd geen voet op de grond had gezet. Op haar sterfplek werd een kapel gebouwd.

Haar leven wordt beschreven in het Leven van Liedewij, volgens sommigen van Jan Gerlachsz, een familielid van Lidwina. Thomas a Kempis (1380-1471) beschreef haar leven in zijn Vita Lidewigis. Ook de vijftiende-eeuwse prediker Johannes Brugman ('Praten als Brugman') (1400-1473) schreef over haar een hagiografie.

Liduina’s attributen zijn een rozenkrans om het hoofd, een rozentak in de ene en een crucifix in de andere hand. Zij is de beschermheilige voor langdurig zieken, schaatsers en natuurlijk voor Schiedam.

Haar relieken bevinden zich thans in de Basiliek van de H. Liduina en Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans in Schiedam. Sinds haar overlijden is haar graf een oord van pelgrimage. Op 18 juni 1990 werd de Liduinakerk tot basiliek verheven door paus Johannes Paulus II.

In onze school is in lokaal 310 een nis aan Liduina gewijd. In die nis staat een gipsen beeld van Liduina. Ook liggen er twee levensbeschrijvingen van haar.

 

 

 

 

 

 

 

 

Agenda
maandag, 25 september
19.30 uur ouderavond 5 vwo
dinsdag, 26 september
19.30 uur ouderavond 3 vwo
19.30 uur voorlichting reis Spaans
woensdag, 27 september
19.30 uur ouderavond 3 havo
donderdag, 28 september
19.00 uur voorlichting sportreis
vrijdag, 29 september
zaterdag, 30 september
zondag, 01 oktober

 

Fotoalbum
Naar de fotoalbums